Literatuur als open uitwerkingen van filosofische vragen

Nederlandse schrijvers als Armando, Willem Brakman en Charlotte Mutsaers hebben een hoog filosofisch gehalte. Toch worden ze zelden vanuit filosofisch perspectief gelezen. Neerlandicus en filosoof Niels Cornelissen probeert de kloof tussen twee werelden te overbruggen.

Filosofie is vanouds een zusje van de literatuur. Niels Cornelissen (1978), neerlandicus en filosoof, combineerde beide vakgebieden in een proefschrift waarop hij vorige week promoveerde. Geen vreemde keuze. De invloed van de filosofie in de literatuurwetenschap is altijd groot geweest, en ook binnen de Neerlandistiek groeit zij. Want kan je schrijvers die volop verwijzen naar postmoderne filosofische theorieën ooit begrijpen, als je die filosofen buiten beschouwing laat?

Lees het volledige artikel op de website van dagblad Trouw.

Voor meer informatie over de uitgave Armando Brakman Mutsaerts, klik hier.

Laten we de toekomst van Europa met optimisme tegemoet zien – door Frank Ankersmit

Om de eurocrisis te boven te komen, moet de constitutie van Europa worden verbeterd, zegt historicus Frank Ankersmit. De filosoof Jürgen Habermas heeft daar een briljante aanzet toe gegeven. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op de opiniepagina van De Volkskrant

Zondag 22 januari debatteerde de Belgische politicus Guy Verhofstadt in het tv-programma Buitenhof met twee Nederlandse eurosceptici. Het debat had veel weg van een stoomwals die en passsant twee walnoten op zijn weg verpletterde. Maar het was een wel heel ongelijke strijd. Als voormalig premier van België en als huidig voorzitter van de liberale fractie in het Europees Parlement is Verhofstadt beter ingevoerd in Europa dan wie dan ook en tegen zijn eloquentie en overtuigingskracht kan niemand op.

In de eerste plaats betoogde Verhofstadt dat Europa in de toekomst niet meer over zijn eigen lot zal kunnen beslissen als het verdeeld blijft. Tot voor kort behoedde Amerika als hegemoniale macht Europa voor allerlei onheil. Maar we leven nu in een multipolaire wereldorde waarin iedereen zijn eigen boontjes moet doppen. En wie zich daar niet toe zet, heeft al gauw helemaal geen boontjes meer om te doppen. We zijn op onszelf aangewezen. En dan gaat het alleen met een verenigd Europa. Die eenwording zal het Noorden geld kosten en het Zuiden dwingen oude gewoonten op te geven – het is niet anders – maar je kan beter enig geld en verkeerde oude gewoonten kwijt zijn dan je vrijheid en de greep op je eigen toekomst.

Vervolgens verwierp Verhofstadt het bekende argument dat we gas moeten terugnemen met Europa. Want, zo zei hij, de problemen die we nu in Europa hebben, hebben hun oorzaak juist hierin dat Europa niet af is. Het is met Europa als met een huis waar het dak nog niet op zit. Als het dan gaat regenen, zoals met de kredietcrisis, wordt iedereen nat. Juist dan moet je als de bliksem dat dak erop zetten. En vervolgens pronto prestissimo dat huis afbouwen en van degelijke deuren en sloten voorzien. Zodat bankiers, hedgefondsen en wat niet al, niet langer ongestraft bij ons in en uit kunnen lopen. Teruggaan met Europa is al helemaal geen optie. Want daar zullen de lidstaten het niet makkelijker over eens worden dan over verdere voortgang. Met als resultaat dat we blijven vastzitten in de impasse van nu, waardoor alles nog veel erger wordt. Bijgevolg is er maar één realistische keuze: volle kracht vooruit.

Lees verder

Ritmisch leven – door Cyril Lansink

RitmeWie het moderne leven op zijn staart wil trappen moet de tijdlijn van een willekeurig twitteracount doorscrollen. Al die berichtjes, wetenswaardigheden, reacties en verwijzingen weerspiegelen de tijd als een eindeloze stroom van persoonlijke momentjes. Nu ben ik, nu ben ik, nu ben ik…

Filosofe Marli Huijer laat in haar boek Ritme mooi zien welke invloed de informatietechnologie op onze tijdservaring kan hebben. De sociale media – de naam ten spijt – ontregelen de tijd als een met anderen gedeeld ritme, een cyclische tijd die juist in de herhaling haar betekenis krijgt. Vandaag vieren wij…, om zes uur eten wij, op zondag werken we niet…

Tegenover de voordelen van de individualisering, digitalisering en flexibilisering van de tijd plaatst Huijer de noodzaak en het belang van gezamenlijke leefritmes. Haar boek is een poging zich tegen het verlies daarvan te weren. Maar zij hoedt zich daarbij voor nostalgie. Bij haar geen terugverlangen naar het leven van vroeger waarvan de ritmiek door religie en traditionele arbeidsverhoudingen vorm kreeg.

Lees verder

ONTHAASTEN HOEFT NIET MEER

Hoezo, druk-druk-druk? De Nederlander ontspant zich meer dan 4 uur per dag. En toch voelen we ons vaak opgejaagd. Omdat we ons natuurlijke ritme kwijt zijn. Afwisseling tussen ‘lekker snel’ en ‘lekker langzaam’: dat is het geheim van het goede leven in onze 24-uurseconomie.

Meestal heb ik mijn antwoord snel klaar na de ‘hoe het gaat’: ‘druk-druk-druk’. Daarmee betoon ik mij een gemiddelde Nederlander. Uit onderzoek blijkt dat die zijn leven vaak als een ratrace beleeft, waarin een baan, het huishouden, de zorg voor kinderen, het onderhouden van vriendschappen en het nog wat tijd voor jezelf claimen, maar moeizaam te combineren zijn. Stress wordt dan ook graag als volksziekte nummer 1 opgevoerd.

Lees de volledige recensie op de website van De Volkskrant, klik hier.

Om het boek Ritme te bestellen, klik hier.

Nietszche als opvoeder

Dr. Jan Keij, auteur van het veelbesproken De filosofie van Emmanuel Levinas – in haar samenhang verklaard voor iedereen, heeft zich deze keer ten doel gesteld om het werk van Friedrich Nietzsche voor iedereen te verklaren. Sterker nog: hij brengt zijn verklaring, zij het ook met enige ironie, als een soort ‘zelfhulpboek’, een handleiding tot levenskunst in het voetspoor van Nietzsche, maar in zekere zin ook met de nodige afstand tot hem (volgens diens eigen adagium: ‘wie niet denkt zoals ik, die volge mij’).

Deze video is gemaakt naar aanleiding van het nieuwste boek van dr. Jan Keij, Nietzsche als opvoeder.

Radio-interview met dr. Marli Huijer

Dr. Marli HuijerVierentwintig uurs economie, internet, mobiele telefoons, sociale media. We zijn tegenwoordig overal bereikbaar en op alle mogelijke tijden aan het werk. In de Rode Hoed werd op 12 december een avond gehouden waarbij ons leefritme onder de loep wordt gehouden.

Marli Huijer schreef daar een boek over: Ritme, op zoek naar een terugkerende tijd. Zij pleit voor een terugkeer van een ritme, waarbij we onze tijd leren afbakenen om opnieuw grip te krijgen op ons leven.

Radio-interview Schepper en Co
Op zondag 11 december 2011 was Marli Huijer te gast in radio-programma Schepper & Co. Heeft u de uitzending gemist dan kunt u het alsnog beluisteren, klik hier.

Verliefd op een robot – door Jos de Mul

Onlangs nodigde het Ministerie van Veiligheid en Justitie robotica-specialisten uit om eens mee te denken over de inzetbaarheid van robots op de beleidsterreinen van het ministerie, zoals het bewaken van mensen tijdens grote festiviteiten, of gevangenen op verlof. Minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven bleken vooral geïnteresseerd in de korte termijn: toepassingen voor tijdens hun regeringsperiode. Ik kijk nog even verder.

Tot voor kort kwamen we robots, behalve in sciencefictionromans en -films, vooral tegen in de fabriek in de gedaante van de industriële robot. Inmiddels maakt de robot ook schoorvoetend zijn entree in de publieke en private ruimte. Dat stelt robotontwerpers voor nieuwe vragen. Willen robots zinvol en veilig met mensen kunnen omgaan, dan moeten ze niet alleen intelligent zijn, maar ook menselijke emoties kunnen herkennen en uitdrukken. En misschien zal de toekomstige robot ook zelf emoties moeten bezitten.

Lees het volledige artikel van Jos de Mul op de website van dagblad Trouw, klik hier.


Jos de MulJos de Mul is hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit jaar verscheen van hem bij Uitgeverij Klement het boek  ‘Paniek in de polder. Politiek en populisme in Nederland’. Eerder verscheen van zijn hand het boek ‘Cyberspace odyssee‘.

Onthaasten? – door Marli Huijer en Anton de Wit

Ritme‘Ik ben niet blij met de flexibilisering van werktijden, openingstijden van winkels, schooltijden en crechetijden.’
Filosoof en arts Marli Huijer, auteur van het boek Ritme. op zoek naar een terugkerende tijd ging op zoek naar het juiste ritme in een 24-uurseconomie. Maar met onthaasten heeft ze niet zoveel.

 

Lees hier het volledige artikel van Anton de Wit in het nieuwste nummer van Filosofie Magazine (nr. 9 – 2011).

Op maandag 12 december a.s. gaat Marli Huijer in De Rode Hoed in debat met auteur en filosoof Joke Hermsen over de vraag: Hoe kunnen we het beste met tijd omgaan?. Het debat wordt geleid door journalist en VPRO-presentator Wim Brands. Klik hier voor meer informatie.

Voor meer informatie over het boek, klik hier. Zie ook www.antondewit.nl.

Gerard Visser`De titel van de bundel, Water dat zich laat oversteken, is ontleend aan een dichtregel van René Char die een leidraad vormt in het eerste opstel. Binnen het weefsel van mijn betoog duidt dit beeld op de onuitputtelijkheid van het leven die – als eenmaal het standpunt van de beleving is betrokken ten einde hier aan recht te doen – om een houding blijkt te vragen van gelatenheid.’

`Eind 2001 kreeg ik op mijn kamer aan de universiteit bezoek van twee mij onbekende studentes. Ze legden mij uit dat de vier christelijke studentenverenigingen in Leiden eens per jaar bijeenkomen rond een gemeenschappelijk thema. “En wat kan ik daarin voor jullie betekenen?” “Wij hebben gehoord dat u iets kunt vertellen over de zin van het leven.” Spontaan schoot ik in de lach en antwoordde dat ik dat nog niet zo zeker wist. In het eerste opstel van de bundel, “De vraag naar de zin van het leven”, heb ik mij in de geest van dit voorbehoud geconcentreerd op de aard van deze vraag. De vraag naar een waartoe is voor ons de vraag naar een doel. Maar kun je naar de zin van het leven vragen zoals je vraagt naar de zin van een handeling?

Lees verder

Stenen getuigen: ‘Naar buiten, lucht en lachen’!

Erik Borgman & Liesbeth HoevenEen paar mooie nazomerdagen in oktober. Herfstvakantie. Winkelende mensen strijken met een broodje in de hand neer op een bankje in het park. Kinderen spelen tikkertje op het plein naast hun gesloten basisschool. Een buurtbewoner wandelt met zijn hond langs een grasveld. Reizigers verzamelen zich voor leuke uitstapjes op de perrons van het centraal station. Een stel jongeren slaan in alle vroegte een bierflesje kapot bij het plaveisel in hun buurt. Het leven speelt zich op deze vrije, zonnige dagen grotendeels buiten af, op straat.

De geschiedenis verdicht zich op plaatsen, die we in alle vrijheid kunnen aandoen, om er vervolgens weer te vertrekken. Bovenstaand straatbeeld is illustratief. Van de verhalen van degenen die deze plaatsen ooit bevolkten, kunnen we beleefd, met respect of met een mengeling van afschuw en ontroering kennis nemen – om ze vervolgens te laten voor wat ze zijn en over te gaan tot de orde van de dag. Waar bovengenoemde vijf plaatsen in de stad ons aan herinneren? Een achttienjarig joods meisje dat een dagboek bijhield in het concentratiekamp en schreef aan haar vriend met wie zij de liefde voor de natuur deelde, een spelend jongetje wiens leven niet langer duurde dan de vijf oorlogsjaren, zesenzeventig jonge militairen die ver van huis sneuvelden op Nederlands grondgebied, een groot aantal joodse stadsgenoten die noodgedwongen bagage verzamelden voor de busreis naar hun laatste bestemming, een verzetsstrijdster die drie ondergedoken geallieerde piloten achter haar huis vermoord zag worden en haar strijd tegen de bezetter bekocht met eigen leven. Indrukwekkend? De Amerikaanse cultuurwetenschapster Astrid Erll suggereert dat de herinnering aan het verleden een vormeloze massa dreigt te worden van intrigerende, maar uiteindelijk betekenisloze elementen, zonder vitale band met het heden.

Dat we tot de alledaagse orde terug kunnen keren, is natuurlijk goed. Het zou vreemd zijn om het vrijblijvend betreden van herinneringsplaatsen te betreuren. Datgene waar de slachtoffers destijds naar verlangden, hebben wij in ons bezit. De huidige bezoekers van het Helga Deen park in de Willem II- straat in Tilburg lossen Helga’s onvervulde verlangen in om eens weer in vrijheid te verkeren. Waar het leven van René Klessens al spelend op straat eindigde, gaat dat van de kinderen op de speelplaats rondom zijn gedachtenismonument op het Sint-Willibrordplein verder. Wie langs het Britse ereveld loopt aan de Gilzerbaan, koestert een levendige herinnering aan de dag van gisteren, doorgebracht met familie of vrienden. De reizigers die zich in haast naar het centraal station begeven maken de onvoltooide reis van onze joodse stadsgenoten af: zij vertrekken én komen weer thuis. Jongeren drinken in de Coba Pulskenslaan het biertje waar de geallieerde piloten na de bevrijding graag de heldendaad van hun verzetsstrijdster mee beklonken hadden.

Waar het leven van de oorlogsslachtoffers vroegtijdig beëindigd werd, leven wij voort. Maar in de terloopsheid waarmee we hun herinneringsplaatsen betreden, gaat aan ons voorbij hoe zij tientallen jaren eerder met grote inspanning probeerden hun leven in abnormale omstandigheden zo normaal mogelijk vorm te geven. We worden geconfronteerd met plaatsen die niet alleen ontdaan zijn van de wanordelijke sporen die hun concrete leven achterliet – pen en papier, een fiets, een uniform, een koffer of tas, een aanrecht vol vaatwas –, maar ook van de mensen die we op deze plaatsen in gedachtenis houden. Hoe is het dan nog mogelijk een verbinding aan te gaan met de geschiedenis van hen waarmee deze plaatsen verbonden zijn, als elk concreet spoor van hen ontbreekt? Hoe kunnen wij het gebroken bestaan van deze mensen, hun noodgedwongen vertrek uit het alledaagse stadse leven in uitzonderlijke omstandigheden, ervaren als een appèl hen in onze gedachtenis niet te verlaten?

Lees verder